Kamerlid Arno Rutte gemotiveerd voor goede en betaalbare zorg

We lopen een beetje gehaast de historische werkkamer van Arno Rutte binnen in de VVD vleugel van het Tweede Kamer gebouw. Het is campagnetijd, aanloop naar de verkiezingen. “We moeten wel even goed de tijd in de gaten houden.” De volgende afspraak staat strak in de agenda. Beetje stressy dus de situatie waarin we ons gesprek beginnen. Zo is het werk van een parlementariër. Des te opmerkelijker hoe snel we toch in een bedachtzaam gesprek raken, dat echt over wezenlijke zaken van het leven gaat. Professioneel als je zo snel kunt schakelen en het getuigt van gedrevenheid.

Wat drijft de nu bijna vijfenveertigjarige Groninger, zanger van de Rock ’n Roll band ‘Harige Harry & the Ladyshavers’, om politiek actief te zijn als Kamerlid?

Het is Arno Rutte’s persoonlijke verhaal. “Zo’n tien jaar geleden stond mijn leven op zijn kop. Mijn jongere broer en mijn vader overleden kort na elkaar allebei aan kanker. En ik raakte mijn baan kwijt door een reorganisatie bij mijn werkgever, de rechtbank. Dat was voor mij een ‘harde reset’. Ik wilde mij in elk geval gaan inzetten voor de zorg en ging aan de slag bij zorgverzekeraar Menzis. Nu kom ik uit een politiek nest en van uit die achtergrond kwam ik in de gemeenteraad van de stad Groningen. Vervolgens werd ik uitgenodigd me kandidaat te stellen voor de Tweede Kamer op een niet verkiesbare plek, dacht ik. Tot mijn stomme verbazing werd ik ook nog gekozen. Nu zit ik hier alweer vier jaar en sta ik hoog genoeg op de lijst om herverkozen te kunnen worden.” Hetgeen ook is gebeurd.

Met zijn juridische achtergrond blijkt Arno zijn ‘zorg-ei’ goed kwijt te kunnen in Den Haag. “Ik ben erg gemotiveerd voor kwaliteit in de zorg, die we wel moeten kunnen blijven betalen. Dat ik mij daar hier en nu voor mag inzetten maakt mij dankbaar.”

Hoe staan we er voor in Nederland?

“Het gaat heel snel nu in Nederland in de biomedische sector. We hebben veel hoogwaardige kennis, bijvoorbeeld op het gebied van biomarkers. Dergelijke specialismen van onze onderzoeksinstituten en bedrijven zijn ook niet zo gemakkelijk te verplaatsen. We beseffen misschien zelf te weinig hoe goed we zijn, ook in Groningen waar ik woon. In Nederland hebben we eigenlijk geen echte ‘big pharma’ bedrijven, maar we zetten wel heel grote stappen in research, diagnostiek en geneesmiddelenontwikkeling. Ik denk wel dat we wat minder slordig om moeten gaan met patenten. Nieuwe bedrijven worden te snel overgenomen of verkopen te gemakkelijk licenties. Voor je het weet betaal je twee keer, eerst voor de research en dan vervolgens ook nog eens voor het product dat dan door iemand anders op de markt wordt gebracht. Zo haal je te weinig ROI, Return on Investment. Overigens zie ik bijvoorbeeld bij Brightlands in Maastricht dat daar heel gericht gezocht wordt naar lokale ondernemers, om zelf via het opzetten van bedrijven waarde te ontwikkelen. Ik voel meer voor deze weg. Onze universiteiten mogen best wat meer ondernemend gaan denken.”

Dat we weinig naar buiten brengen wat we kunnen blijkt ook uit het feit dat de parlementaire zorgspecialist een recent groot geworden Nederlands farmabedrijf als Synthon niet blijkt te kennen. Overigens begrijpelijk, omdat dit een bedrijf is dat zich heeft ontwikkeld volledig buiten het blikveld van overheidsfinanciering.

Hoe kijkt deze Rutte aan tegen de rol van zorgverzekeraars?

“Ik ken die sector natuurlijk ook omdat ik er zelf in heb gewerkt. Wat ik zie is dat problemen die aan de zorgverzekeraar worden toegerekend vaak meer bij de zorgaanbieder liggen. Acht jaar geleden werd bijvoorbeeld een start gemaakt met thuiszorg op afstand. Daar wilde men de verzekeraar voor laten betalen. Maar het werd te duur omdat de thuiszorg aanbieders dit naast en niet in de plaats van het reguliere werk wilde aanbieden. Vervolgens werd het probleem ‘geframed’ alsof de zorgverzekeraar niet wilde. Vaak is de implementatie van een innovatie het grootste probleem. Het invoeren van een nieuwe werkwijze wordt als ‘te ingewikkeld’ ervaren. We hebben geen innovatiegebrek maar een implementatiegebrek. De zorgaanbieders moeten hier aan de bak. Leveranciers van medische technologie kunnen daar zeker een rol in spelen.”

Overigens erkent en herkent Arno Rutte het probleem van slecht matchende verdienmodellen, bijvoorbeeld wanneer zorgverzekeraars de wereldmarkt afstruinen voor de goedkoopste disposables als de prijs van apparatuur is bepaald op basis van verwachte omzet uit de bijbehorende verbruiksartikelen.

“Ik zie wel meer pijnpuntjes in de markt. De Da Vinci operatierobot is zo uniek dat er geen alternatieve leverancier is. Dat remt de innovatie, zeker als je voor zo’n apparaat al na tien keer gebruiken een hele dure nieuwe operatiearm moet kopen. Toch verwacht ik dat tussen nu en twee jaar de implementatie van technologie in de zorg ontploft. Er is een zodanig tekort aan mensen die kunnen werken in de sector dat het onvermijdelijk is. Bovendien willen we ons met de beschikbare mensen concentreren op echt menselijk contact met patiënten. De aanjagers van innovatie zijn nu de vergrijzing en de daarmee verbonden krapte op de arbeidsmarkt.”

Arno wijst op FHI-lidbedrijven als Philips en Siemens als voorbeelden van leveranciers die inspelen op wat nodig is. “Bijvoorbeeld de app ‘Hartwacht’, 24-uurs telecardioloog voor hartpatiënten, via smartphone of tablet. Die wordt gemonitord door ziekenhuis Sionsberg in Dokkum. Dergelijke bewezen effectieve, patiëntvriendelijke innovaties moeten sneller worden uitgerold in heel Nederland.”

Hoe kijkt Kamerlid Rutte aan tegen het koppelen van gegevensbestanden van patiënten, ten behoeve van onderzoek en klinische studie, het Health RI initiatief?

“Helemaal vóór. Er is natuurlijk wel een privacy-issue, maar mijn ervaring is dat patiënten bijna altijd zeggen ‘deel mijn informatie’. Artsen willen soms wel verder gaan dan de wet- en regelgeving toelaat, maar aan de andere kant is de weerstand soms ook wel wat theoretisch. Er is veel winst te behalen door informatie te delen. Maar we moeten wel voorkomen dat van alles op straat komt te liggen. Zorgvuldigheid is eerste vereiste.” Arno refereert in dit verband aan het ‘Informed Consent’, de regeling waarbij een arts verplicht is een patiënt vooraf allerlei informatie te verstrekken rond een voorgestelde behandeling waar toestemming van de patiënt voor vereist is. Bekend binnen FHI is ook het Life Lines project waarin over een groot aantal jaren biologisch materiaal en gegevens van heel veel mensen wordt opgeslagen als referentie. “Je moet mensen altijd actief vragen of ze mee willen doen. Dan is de keuze aan hen.”

We komen bijna als vanzelf uit bij het onderwerp ‘medische ethiek en technologie’.

“Dat zie ik als een groot issue voor de toekomst. We kennen de discussie rond de NIP test, de prenatale test op erfelijke aandoeningen zoals Down. Nu wordt er getest op vijf of zes factoren. We weten dat het kan op wel 70 verschillende mogelijke aandoeningen. Maar het is zeer de vraag of dat wenselijk is. Actueel is ook de nog vrij jonge CRISPR technologie, om genen te vervangen in embryo’s. Dat is een geweldige hoopgevende techniek waarmee zeer ernstige en levensbedreigende ziekten kunnen worden voorkomen. Maar dezelfde techniek kan ook ontaarden in het kiezen van de kleur ogen of van geslacht. Ik zie daarom een grote en belangrijke taak voor de wetgever, het goed vastleggen wat wel toegestaan is en wat niet.”

Het is opeens tijd voor de volgende afspraak. We maken snel de afspraak dat Arno mee gaat doen aan het FHI-federatiecongres, mits de Kameragenda dat toelaat uiteraard. Maar dat zal wel meevallen zolang er nog geen nieuw kabinet zit. Tweede afspraak is die voor een bedrijfsbezoek aan FHI-leden. Wordt vervolgd dus, in veel opzichten…