“Twee jaar geleden bezocht ik voor het eerst het LabAutomation event, omdat er bij ons een project aan kwam.” Kees de Haan was als IT-strategie man binnen Tata Steel aanvankelijk geen specialist op LIMS, Laboratorium Information Management Systemen. Dit voorjaar trad De Haan zelf op als spreker tijdens de editie 2017 van het LabAutomation branche evenement. Zijn presentatie met als titel ‘LIMS in a digital company, requirements and selection’, is aanleiding voor een gesprek van drie Kees-heters, Kees de Haan, Kees Jansen van LIMS leverancier Thermo Fisher Scientific en FHI-er Kees Groeneveld.

Dat er in Nederland nog steeds een grote staalfa­briek operationeel is, mag in historisch perspectief best een klein wonder worden genoemd. ‘Zware industrie’ is er nooit veel geweest in ons land en hoe vaak is niet de druk gevoeld van krachten in de markt, in de Europese politiek en later van de globalisering. Stop maar met staalproductie hier ter plaatse.

Inzet op technologie, eigen R&D, hoogwaardige productie-, test- en analyse methodieken zorgden er voor dat dit stuk nationale trots overeind bleef. “Wij ontwikkelen nieuwe staalsoorten die nu mede de vormgeving van auto’s bepalen. Als je bepaalde ‘vouwen’ in de carrosserie ziet, dan is dat niet alleen maar omdat designers dat mooi vinden. Wij hebben er voor gezorgd dat je nu dergelijke vormen betaalbaar kunt maken uit ons staal. Voorheen kon dat helemaal niet.” Kees de Haan doceert.

‘Tata Steel in Europe wants to become a Digital Master’, luidde de titel van slide nummer 10 in De Haan’s presentatie. Het past natuurlijk naadloos in de strategie die het bestaansrecht van de fabriek in IJmuiden overeind houdt. Altijd voorop lopen, zeker wat betreft het toepassen van nieuwe technologie binnen de wereldwijde staalproductie.

Hoewel van oorsprong elektrotechnicus, is Kees de Haan geen man van de ‘harde’ informatie­technologie. Het grensvlak tussen business en IT is zijn veld van operatie. “Bij Tata Steel ben ik begonnen in de hoek van proces control. Daarna werd ik informatiemanager voor allerlei verschil­lende onderdelen van het bedrijfsproces, supply chain, sales, inkoop. Soms maakte ik dan deel uit van de business unit, andere keren werkte ik vanuit de afdeling IT. Die tactiek wil nogal eens wisselen binnen een bedrijf als Tata Steel. Dat houdt je scherp.” Kees Jansen mag zich wel met recht een ‘LIMS-specialist’ noemen. Al sinds 1988 voert de van oorsprong chemisch analist de vier letters in zijn functietitel, sedert 2001 binnen Thermo Fisher. Interviewer Kees wist niet eens dat er al zo lang sprake is van LIMS software. “Aanvankelijk waren er twee grote spelers in deze markt, Beckman Coulter met ‘Lab Systems’ en Thermo Fisher met ‘Sample Manager’. Na de overname door Thermo Fisher in het jaar 2000, is Sample Manager verder doorontwikkeld en supporten we vanuit Thermo Fisher de nog draaiende Beckman systemen.”

Na het selectieproces, dat De Haan beschreef in zijn presentatie, bleek dat de oplossing van Thermo Fisher als het meest passend uit de evaluatie kwam. Een factor was daarbij dat er al meer dan tien jaar een ‘Sample Manager’ systeem van Thermo Fisher draaide in het keramische research lab van Tata Steel.

“Het project betreft de operationele labora­toria, direct gerelateerd aan de staalproductie, een Product Analyses Lab –AnaLab- en een Mechanical Testing Lab –TestingLab-. Het AnaLab is een chemisch lab en test bijvoorbeeld grond­stoffen en de chemische samenstelling van het staal bij de staalproductie. Dat laatste heeft te maken met bijsturen van de kwaliteit tijdens het productieproces. Dat moet dus heel snel gebeuren. Het TestingLab kijkt naar allerlei test­plaatjes van plakken en rollen staal, zowel voor de normale productie als voor poefrollen die productontwikkeling gerelateerd zijn. Deze vorm van offline testen betekent dat producten geblok­keerd worden totdat de testresultaten bekend zijn. Liefst zouden we deze blokkering willen voorkomen door de productkwaliteit af te leiden uit de procescondities. Zover is de technologie van staalproductie nog niet.“

Waarom eigenlijk een LIMS systeem en wat is het verschil met productieautomatisering?

Kees de Haan is de man om dat uit te leggen. “In de productie zelf gaat het primair om betrouw­baar werken en om de beschikbaarheid van het productiesysteem. De processen zijn voor het AnaLab en het AnaLab heel anders en ook verschillend. Voor het AnaLab werken we ook met een interne webshop waar afdelingen binnen het bedrijf proeven kunnen aanvragen.” Kees Jansen pakt deze complexiteit beet “door eigenlijk twee systemen in één te bouwen. Verschillende systemen met dezelfde standaard ‘core’. Dat betekent wel meer werk voor ons.”

“In een R&D lab is het nog complexer”, weet Kees de Haan. “Daar zijn de verschillende situaties veel gevarieerder, minder standaard waardoor het zelf kunnen configureren van de workflow nog belangrijker is. Overigens is key voor Tata Steel dat testdata uit productontwikkeling, proefpro­ductie en de normale productie langdurig opge­slagen wordt op een manier dat ze eenvoudig te analyseren is. Voor alle laboratoria willen we om die reden het zelfde systeem gebruiken. Na het lopende project gaan we verder met de automati­sering van ons R&D lab.”

Welke technologieontwikkeling is herkenbaar binnen de LIMS wereld?

“Tien jaar geleden was het ook met LIMS pakketten nodig om te programmeren. Nu is het meer configureren. De gebruiker kan nu meer zelf, de interfaces zijn eenvoudiger geworden. In plaats van coderen ben je nu vanuit de business workflow aan het configureren”, volgens Jansen. “Je creëert jouw oplossing ‘on the fly’”, is de formulering van Kees de Haan. Of je daar een IT workflow-specialist voor nodig hebt? “Als je dat als business zelf niet weet… Kijk, al sinds de komst van SAP 25 jaar geleden was het devies; maak systemen volledig configureerbaar door een business specialist. Als je de inhoudelijke gebruiksspecialist de juiste workflow kunt laten configureren, dan werkt dat het beste. Ik heb goede hoop dat dit nu met Thermo Fisher gaat lukken.”

Waarom?

“We hebben daar vorig jaar bij de systeemse­lectie scherp op gelet.” Jansen beschrijft hoe de implementatie in de praktijk gaat. “Wij beginnen met het trainen van de mensen van Tata Steel, eerst het aanleren van het jargon en dan meteen daarna een workshop om de requirements te fine tunen. Dan bouwen we een prototype, maken we samen de workflow, gaan we testen, uitbreiden en weer testen. We doen dat allemaal via agile scrum procedures, waar onze mensen op getraind zijn.”

Helpt het dat er ook apparatuur van Thermo Fisher in het lab staat?

“Eigenlijk maakt dat niet uit. Misschien zijn die iets makkelijker te koppelen, maar het speelt nauwe­lijks een rol.”

De verwachte benefits?

“We kunnen sneller en flexibeler zaken wijzigen, het beheer wordt eenvoudiger, onze bedrijfsze­kerheid gaat omhoog”, voorspelt Kees de Haan.

Waarom is eigenlijk niet eerder gekozen voor de workflow aanpak?

“Tata Steel liep steeds voorop. Toen de IT-markt er nog niet klaar voor was, bouwden wij al een IT landschap waarbinnen alle systemen geïn­tegreerd zijn. Dat maakt het nu complex om te migreren naar een nieuw IT landschap.” Dat Tata Steel al zo lang werkt met een land­schapsbenadering, werpt zijn vruchten af. De interne IT kennis en ervaring staat daardoor op een hoog niveau. “Dat komt uiteindelijk ook de leverancier van de LIMS systemen ten goede.” Eigenlijk is dat wat elk FHI-bedrijf zich wenst; een klant met verstand van zaken en als een brancheactiviteit als het LabAutomation event er een klein beetje toe bij kan dragen om elkaars’ professionaliteit te herkennen, dan is dat mooi meegenomen.